De agrarische sector van de Democratische Republiek Congo beslaat 21,1% van het BBP (CIA, 2018) en biedt naar schatting werk aan 70% van de bevolking (Jeune Afrique, 2013). Kleine agrariërs wiens boerderij niet meer dan een hectare bedraagt, verbouwen hoofdzakelijk cassave, mais, bonen, aardappelen, bananen en rijst. Men gebruikt hiervoor ouderwetse technieken en produceert noodzakelijk voor eigen gebruik. Grotere boerderijen verbouwen mais en groenten rondom grote steden zoals Kinshasa, Lubumbashi en Katanga's mijnsteden. Gemechaniseerde boerderijen in grootte van 200 tot 500 ha zijn zeldzaam en vooral geconcentreerd in Katanga of Bas-Congo. Het International Food Policy Research Institute (IFPRI) schat dat de DRC het potentieel bezit om 3 miljard mensen te voeden. De DRC wordt gezien als het nieuwe Brazilië. Slechts 10% van de 80 miljoen hectare landbouwgronden wordt gebruikt. De landbouwproductie van de DRC is onvoldoende om de totale bevolking te voeden. Daarom is het land aangewezen op voedselimport. De totale waarde van de voedselimport bedroeg in 2012 $1.2 miljard. De overheid heeft landbouw als een van haar prioriteiten gemaakt. Sinds juni 2012 voert de regering een nieuw landbouwbeleid dat onder meer heeft geleid tot het inrichten van 22 Agricultural Business Parks (ABP) met een vereenvoudigde regelgeving en belastingvoordelen voor investeerders.


